
Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht
Artikel 18
Indien de toezichthouder de betrouwbaarheid heeft vastgesteld van een persoon die het dagelijks beleid van een financiële onderneming bepaalt of mede bepaalt of van een persoon die onderdeel is van een orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een financiële onderneming voor de toepassing van de Wet financiële dienstverlening, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht de betrouwbaarheid van die persoon geacht buiten twijfel te staan voor de toepassing van laatstgenoemde wet.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.